
Jurisprudentie
AR3004
Datum uitspraak2004-09-23
Datum gepubliceerd2004-09-30
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers02/6543 WUBO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-09-30
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers02/6543 WUBO
Statusgepubliceerd
Indicatie
WUBO-uitkering afgewezen omdat naar het oordeel van verweerster niet is voldaan aan de ingevolge de Wet tevens geldende eis dat sprake is van lichamelijk en/of psychisch letsel tengevolge van de ondervonden oorlogscalamiteiten, leidend tot blijvende invaliditeit.
Uitspraak
02/6543 WUBO
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij besluit van 15 november 2002, kenmerk JZ/F/2002/785, heeft verweerster ten aanzien van eiseres uitvoering gegeven aan de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
1940-1945 (hierna: de Wet).
Tegen dit besluit heeft mr. drs. C. Lamphen, advocaat te Utrecht, als gemachtigde van eiseres op de in een aanvullend beroepschrift aangegeven gronden bij de Raad beroep ingesteld.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 12 augustus 2004, waar eiseres is verschenen bij haar gemachtigde mr. drs. C. Lamphen, voornoemd. Verweerster heeft zich doen vertegenwoordigen door J.A. Groeneveld, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Eiseres, geboren in 1940 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in juni 2001 bij verweerster een aanvraag ingediend, primair ertoe strekkend om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wet. Deze aanvraag heeft eiseres gebaseerd op psychische klachten, hoofdpijn, nek- en rugklachten, welke een gevolg zouden zijn van oorlogservaringen in het voormalige Nederlands-Indië.
Verweerster heeft bij het, na bezwaar genomen, bestreden besluit alsnog aanvaard dat eiseres tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 is getroffen door een handeling of maatregel van de Japanse bezetter als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder d van de Wet, te weten confrontatie met zware mishandeling van haar vader.
De aanvraag van eiseres is bij dit besluit niettemin afgewezen omdat naar het oordeel van verweerster niet is voldaan aan de ingevolge de Wet tevens geldende eis dat sprake is van lichamelijk en/of psychisch letsel tengevolge van de ondervonden oorlogscalamiteiten, leidend tot blijvende invaliditeit.
Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit in rechte kan standhouden.
Dienaangaande overweegt de Raad als volgt.
De zienswijze van verweerster is in overeenstemming met het advies van haar geneeskundig adviseur. Dit besluit berust op bij de huisarts van eiser ingewonnen informatie, alsmede op een op verzoek van verweerster ingesteld onderzoek van eiseres door haar adviserend geneeskundige, de arts R.J. Roelofs, waarvan deze op 28 oktober 2002 rapport heeft uitgebracht.
Blijkens zijn rapport heeft laatstgenoemde arts bij zijn onderzoek van eiseres een ernstige psychopathologie geconstateerd. Nochtans is deze arts van oordeel dat deze ernstige psychopathologie niet is te relateren aan de geverifieerde calamiteit, maar constitutioneel van aard is alsook familiair en erfelijk bepaald. Volgens het rapport ontbraken objectieve medische gegevens over de invloed van de aanvaarde oorlogsgebeurtenissen op de psychische klachten van eiseres. Daarnaast hebben de lichamelijke klachten volgens deze arts een somatische oorzaak en komen deze niet voort uit haar psychische klachten.
Met deze zienswijze kan de Raad zich uit een oogpunt van de bij de voorbereiding van besluiten als de onderhavige in acht te nemen zorgvuldigheid niet verenigen.
Gelet op de aard van de naar voren gebrachte ernstige psychopathologie en het ontbreken van enig gegeven daarover uit de behandelende sector, terwijl eiseres langdurig psychotherapeutisch is behandeld, had het naar ‘s Raads oordeel op de weg van verweerster gelegen om externe specialistische expertise in te doen winnen teneinde een meer precies beeld te verkrijgen.
Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het bestreden besluit in aanmerking komt voor vernietiging wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad ziet aanleiding om verweerster met toepassing van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen tot vergoeding van kosten in verband met beroepsmatig verleende rechtsbijstand tot een bedrag van € 644,--. Van andere kosten is de Raad niet gebleken.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt het bestreden besluit;
Bepaalt dat verweerster een nieuw besluit zal nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
Veroordeelt verweerster in de proceskosten van eiseres ad € 644,--, te betalen door de Pensioen- en Uitkeringsraad;
Bepaalt dat de Pensioen- en Uitkeringsraad het door eiseres betaalde griffierecht
ad € 27,-- vergoedt.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. J.G. Treffers en mr. G.L.M.J. Stevens als leden, in tegenwoordigheid van A. de Gooijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 23 september 2004.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) A. de Gooijer.
HD
25.08

